Couveuseafdeling Jeroen Bosch Ziekenhuis

Low-flow en CPAP

Als een kind wel zelfstandig kan ademen, maar kortdurend extra zuurstof nodig heeft, geven we uw kindeen kapje voor de mond en neus. Als het nodig is om langere tijd zuurstof te geven, dan gaat dit via een slangetje met twee sprietjes in de neus. Door de sprietjes wordt lucht geblazen. Dit heet low-flow, neusbrilletje of snorretje. Het helpt niet alleen door de extra zuurstof, maar ook door het blazen omdat hiermee de ademhaling wordt gestimuleerd. 


Een andere methode om extra lucht en/of zuurstof te geven is de nasale CPAP, Continuous Positive Airway Pressure. Deze zorgt voor een bepaalde luchtdruk in het neus- en keelgebied, waardoor dit gebied én de longen constant een beetje op spanning blijven. Zo kan het kind beter ademhalen. CPAP kan op twee manieren toegepast worden: met een buisje tot achter in de neusholte, of met sprietjes in de neus. Met het plaatsen van de sprietjes sluiten we de neus af met een kapje. Dit kapje zetten we met banden om het hoofd vast. Dit kan er misschien voor u akelig uitzien. 


<< Terug naar de onderwerpen